Corona maatregelen

De afgelopen vrijdag 26 november 2021 was er weer een persconferentie. 
En omdat er de laatste weken erg veel besmettingen zijn, de ziekenhuizen het te druk hebben.  Zijn er door Mark Rutte en minister Hugo de Jonge nieuwe maatregelen bekend gemaakt. Vanaf zondag 28 november om 17:00 tot ’s morgens tot 05:00 uur.
Is de amateursport niet toegestaan. Dit houdt in dat onze schaakavonden op de maandagavond tot nader bericht moeten worden afgelast.

Deze regels gelden tot en met 18 december. Op 14 december kijkt het kabinet hoe het gaat.
En welke regels dan nodig zijn.

 

Uitslagen Interne Competitie 2021 maandag 22 November periode 2 ronde 2

Gerjan Brands

-

Alain van der Velden

0 - 1

René Reulink

-

Tom Brans

0 - 1

Storm Wieberdink

-

Tje wing Au

0 - 1

Ad Braam

-

Wim Flohr

1 - 0

Thomas van Diggelen

-

Laurens Storms

½ - ½

Franke van Netten

-

Ferdi Berendsen

0 – 1

Reinier Heinz

-

Fred Schonis

½ - ½

Tim Schlechter

-

Adrian Rijk

1  -0

 

De SOS Competitie SV De Toren 1 - Mook 1 op 29 november 2021

Is afgelast tot nader bericht.

 

En van wie leerde jij het schaken Bart van den Akker

En ook ik leerde schaken van mijn vader, toen ik een jaar of acht was. Aan het eind van de basisschool was ik vooral met dammen bezig omdat er een damtoernooi en een simultaan werd georganiseerd op school, wat ik heel leuk vond. Mijn middelbare schooltijd speelde ik vooral thuis schaak, mijn passie was toen fietsen op een racefiets. In mijn twintiger jaren werd ik lid van de Muider Schaakkring, een klein clubje onder Amsterdam, omdat een collega mij daartoe overhaalde. Daar leerde ik een vriend kennen met toen een rating van telkens tussen de 1900 en 2000. Tot op de dag van vandaag spreken we nog regelmatig af om 12 potten Rapid schaak te doen van 10 min p.p.p.p. wat super gezellig is, wel jammer dat hij in Amsterdam is blijven wonen. Ook hebben we samen regelmatig meegedaan aan toernooien. Het leukste waren altijd de persoonlijke kampioenschappen van groot Amsterdam. Volgens mij waren dat de hoogtij dagen van het schaken. Er waren vijf groepen A t/m E! Ik werd daar een keer derde in de E groep ( tot 1450 ), wat het enthousiasme natuurlijk alleen maar groter maakte.

Helaas voor mij is die vriend gestopt met schaken, alleen nog recreatief, omdat zijn passie nu bij het Bridge ligt. Bij mij was het animo ook minder groot, maar vanaf 2013 was het enthousiasme voor ons mooie spel weer heel groot en heb ik vele weekendtoernooien met normaal speeltempo gespeeld, zonder mijn vriend. Grappig is dat mijn score nu beter wordt tegen hem. Waar we in zijn actieve schaakperiode altijd afspraken dat ik vijf keer zoveel tijd had als hij, doen we nu al zo een tien jaar potjes van 10 min, en mijn record is nu 3 uit 12, een goede leerschool dus.

0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

De schaakanekdote van de “dreigsigaar”

Op mijn zoektocht naar schaakanekdotes stuitte ik, bijna vanzelfsprekend, op een echte

klassieker, die ik evenwel niet wil onthouden aan diegenen, die zich doorgaans slechts

verdiepen in het schaken zelf, en niet in alle verhalen, die er rond zweven. Ik kende het

verhaal al, maar na enig internetspeurwerk geraakte ik toch enigszins in verwarring. Er bestaan kennelijk verscheidene versies van deze anekdote, met verschillende

hoofdrolspelers en een steeds iets ander slot.

Tijd derhalve om mijn goede vriend Tom van Bokhoven eens te consulteren. Tom immers, bezit een zeer uitgebreide collectie historische schaakboeken en daar zijn de nodige exemplaren vol anekdotes bij. Ik vroeg hem derhalve of het nu Aljechin en Capablanca waren, die de acteurs in het verhaal over de sigaar zijn, of wellicht toch Vidmar en Nimzowitsch.

Welnu, zoals het een waar schaakcollectioneur betaamt heeft hij zijn bibliotheek aan een nauwgezet onderzoek onderworpen en stuurde mij de volgende conclusie: “Willem, in “The Bright Side of Chess” van Irving Chernev (Uitgegeven bij McKay in 1948) vond ik deze versie van die beroemde schaakanekdote. Er zijn inderdaad verschillende versies, maar dit is degene, die ik het aannemelijkst acht. Bijgaand stuur ik je een tweetal afdrukjes uit dat boek”.

Inmiddels verdronk ik bijna in de vele varianten van het verhaal. Hier en daar wordt zelfs de “Rosenthalpartij” tussen Vidmar en Nimzowitsch met deze anekdote verweven. Daarover schrijf ik u later, maar hier volgt nu mijn versie van wat ik in een vrijmoedige schrijfbui de “Dreigsigaar” heb gedoopt:

Er zijn zo veel varianten van deze anekdote, dat het bijna apocriefe geschriften dreigen te worden, (De kerkvaders besloten zo’n viertal eeuwen na de dood van Christus, dat die apocriefe vertellingen niet in de Bijbel mochten worden opgenomen en zo zijn het evangelie van Maria Magdalena en zelfs dat van Judas uit het Boek gebleven…) maar in deze vertelling is het 1927 AD. Dit verhaal hoort zeker op een prominente plek in de Schaakbijbel. “En het geschiedde in die dagen, dat New York de plaats van handeling was”... Het befaamde internationale toernooi, waarin uitgemaakt zou worden, wie de uitdager zou zijn, die tegen Raoul Capablanca om de wereldtitel zou mogen gaan strijden.

Die dag waren de acteurs de grootmeesters Nimzowitsch, Aäron Nimzowitsch om precies te zijn, en Vidmar, Milan Vidmar om nog preciezer te zijn, elkaars tegenstander…Direkt nadat zij hun partij volgens het speelschema voor die dag begonnen, stak Vidmar genoeglijk een sigaar op, nam een paar trekjes, deed zijn zet en leunde genietend achterover.

Nimzowitsch echter ergerde zich aan de rook, die zich langzaam over het bord in zijn richting verplaatste, maar volgens de toernooiregels mocht hij zich niet direct tot Vidmar wenden om hem te vragen te stoppen met het roken van zijn sigaar.

Elk verzoek dienaangaande mocht slechts via het toernooicomité worden gedaan en dus deed Nimzowitsch zijn zet, drukte geïrriteerd zijn klok in en ging zich, zichtbaar geagiteerd, bij de organisatie beklagen. Het comité oordeelde, dat het een alleszins redelijk verzoek was en dus wendde één van haar leden zich tot Vidmar en fluisterde iets in diens oor. Vidmar bleef kalm, maakte in het geheel geen ophef en doofde op zijn dooie gemak secuur zijn sigaar. De partij vorderde, maar op een gegeven moment nam Milan zijn sigaar weer tussen de vingers, diepte een doosje lucifers uit zijn zak op, nam er één van de houtjes uit en legde dat tezamen met het doosje naast de asbak…

Onmiddellijk, als door een wesp gestoken beende Nimzowitsch met een rood hoofd naar het toernooicomité om tegen deze gang van zaken te protesteren. “Maar meneer Nimzowitsch”, zei één van hen kijkend in de richting van Vidmar, “Uw tegenstander rookt toch niet?”  “Neee! Dat weet ik!” riep Nimzowitsch bijna paars van woede uit, “Maar hij dreigt ermee!!!”

Vrije vertaling en anekdotisch verhaal: Willem Platje