Op deze Maandagavond was het weer gezellig in totaal waren er 24 schakers. Waaronder 4 schakers uit Bennekom. Ook was er deze avond goed nieuws te melden. Sjoerd Hengst is lid geworden van onze club. Het bestuur hoopt dat u met veel plezier jarenlang bij ons zult schaken.

Maandagavond nieuws van 20 mei 2019

Op deze Maandagavond was het weer gezellig in totaal waren er 24 schakers.

Waaronder 4 schakers uit Bennekom.

Ook was er deze avond goed nieuws te melden.

Sjoerd Hengst is lid geworden van onze club. Het bestuur hoopt dat u met veel plezier jarenlang bij ons zult schaken.

Vergeet het niet binnenkort begint de Zomer schaak weer.

Aanvang 1e maandagavond in Juli tot en met de laatste maandagavond in Augustus. Iedereen is van harte welkom, ook schakers van andere clubs en thuisschakers.

Uitslag interne competitie.

Arthur Ornée

-

Raimond Vastenhout

½-½

Franke van Netten

-

Lennard Harris

1 - 0

Rolf Hendriks

-

Tom Brans

0 – 1

Gerjan Brands

-

Theo Giesbers

1 – 0

Bart van den Akker

-

Laurens Storms

0 – 1

Bert Maas

-

Fred Schonis

1 – 0

Sjoerd Hengst

-

Tim Slechter

1 – 0

Arie Schouten

-

Guido van kleef

1 - 0

 

SOS Competitie 20 mei 2019

Uitslag De Toren 3 – Bennekomse Schaakvereniging 1

Op deze avond werd er gespeeld tegen Bennekom 1.

Ondanks dat wij een iets hogere rating hadden, waren we niet zo op dreef en werd er na een sportieve strijd verloren, met ½ tegen 3½.

Imre Woest

1516

-

Jaap van Donkelaar

1431

½-½

Adem Korkut

0

-

Joop de Bruin

1447

0 - 1

René Reulink

1300

-

Sjoerd de Rave

1383

0 – 1

Cesar Eisma

1436

-

Albert Smit

0

0 – 1

Gemiddelde rating 1417                                     Gemiddelde rating 1383

Omdat de tegenstander van Cesar de opmerking maakte dat hij zo’n krachtige opening had, heb ik Cesar gevraagd om ons daarvan deelgenoot te maken, hieronder het verhaal.

Bij 75% van de verliespartijen stond de koning in het midden.

De prikkelende kop van dit artikel komt niet van mijzelf. Ik heb het opgetekend uit de mond van de sympathieke schaakanalist en wiskundige Bobak Zahmat (1779). Hij vertelde zijn gehoor bij zijn analyse bij SV De Toren op maandag 13 mei 2019 dat hij zijn eigen schaakpartijen eens goed op een rijtje heeft gezet. Hij ontdekte dat bij maar liefst 75% van de verloren spelen de verliezer niet had gerokeerd, maar zijn koning in het midden had laten staan. Bobak herhaalde daarmee de wijze les die beginners zoals ik die al kennen als MORA. Het gaat daarbij om de vier Gouden Regels voor de opening, geformuleerd door Eddy Sibbing (2141), schaaktrainer en sinds 2007 manager van het Max Euwe Centrum in Amsterdam. (Bekijkt u zijn website www.chessed.nl eens. U zult er geen spijt van krijgen.)

Ik herhaal de Gouden Regels voor u aan de hand van MORA:

  1. De M staat voor: plaats allereerst een of twee pionnen in het Midden, in het centrum, dus op de velden: d4, e4, d5 en/of e5;
  2. De O staat voor: Ontwikkel ál je stukken, begin met de paarden en dan de lopers. De dame is pas rond zet 10 aan de beurt;
  3. De R staat voor Rokeren, kort of lang. De belangrijkste reden is dat de koning veilig in een hoek komt te staan. Bijvangst is dat de torens met elkaar in verbinding komen te staan;
  4. De A staat voor wat alle schakers het liefste doen: Aanvallen! Maar begin daar pas aan als u voldoende materiaal ontwikkeld heeft.

MORA dus. Onthoudt die afkorting. En als u moeite heeft met dat ezelsbruggetje, mag u van mij ook CORA denken: de C staat dan voor Centrum. Of u kunt aan snacks denken. Iemand Mores leren, kan ook helpen. Hieronder volgt een partij waarin een speler zich niet aan die Gouden Regels heeft gehouden waardoor die in de problemen komt. Een voorbeeld van een speler die MORA waarschijnlijk even was vergeten.

Ik bied u de partij aan met enkele regels commentaar. Wit begon met de Spaanse opening. Daar schreef ik recent al over en ik vat dat met een paar woorden samen. Spaans is de meest gespeelde schaakopening van de Open Spelen. Die beginnen allemaal met 1. e4. Het Spaans kent zeer veel varianten. Er waren twee momenten in deze partij die bepalend werden voor de uitslag: eerst de koning in het midden en daarna een moment van onoplettendheid. In de opening had wit meer initiatief, maar gaandeweg de partij wist zwart zich goed terug te vechten. Speelt u mee? Zoals gebruikelijk zijn de gespeelde tekstzetten in vet afgedrukt.

Cesar Eisma (1330), De Toren-3 – Albert Smit (1484), Bennekom-1

SOS-viertallencompetitie, bord vier, 20 mei 2019:

 

1.e4 e5, 2. Pf3 Pc6, 3. Lb5 d6. Het meest wordt hier 3…a6 gespeeld. Ik overwoog om 4. Lxc6+ te spelen. Dat bezorgt zwart een dubbelpion en de lange rokade wordt voor zwart een stuk minder aantrekkelijk, maar de zet heeft ook drie nadelen. Wit is de helft van het loperpaar kwijt en na 4…bxc6 en 5…d5 heeft zwart een pion extra dekking voor centrumpion d5 voor het geval 6. exd5 volgt. Daarmee kan hij de dubbelpion ongedaan maken zodat er weer een gewone pionnenstructuur ontstaat. Bovendien kan de zwarte toren op b8 een mooie halfopen lijn krijgen. Ik vond de nadelen overheersend en besloot me aan MORA te houden. 4. 0-0. Wit speelt op safe en rokeert vroeg. 4…Pf6, 5. d4. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik pas na deze zet zag dat e4 nog niet gedekt staat. Dat is echter geen ramp: na 5…Pxe4 ontstaat de Open verdediging of Open Spaans. Deze zet wordt bij de Spaanse opening het meeste gespeeld. Daarop kan 6. Te1 en 7. dxe5 volgen. Of 6. d5 en wit kan de gambietpion e4 terugwinnen: 6….a6, 7. Lxc6+ bxc6, 8. dxc6, maar de witte frontpion op c6 is lastig te verdedigen. Maar zwart slaat niet, geen 5…Pxe4 dus, maar hij houdt zich aan MORA. 5…Ld7, 6. Pc3 a6, alsnog a6. Ik overwoog 7. La4 b5, 8. Lb3, maar ik vreesde 8…Pa5 en dan dreig ik zelf een dubbelpion te krijgen na 9…Pxb3, 10. axb3 en daar houd ik niet van. Terugtrekken kost een tempo, dan toch maar slaan: 7. Lxc6 Lxc6, 8. Lg5, mijn tweede penning met een loper. 8…Le7, 9. dxe5. Ik open het centrum en verwacht 9…dxe5, 10. Pxe5 met pionwinst en dameruil met 10…Dxd1, 11. Taxd1. Dan krijgt wit een mooie centrale open d-lijn voor zijn toren. Maar zwart kiest voor een andere slagzet: 9…Pxe4 en daar had ik even niet op gerekend. Dat vind ik leuk aan schaken: vaak zie ik zetten en die komen dan uit, maar heel vaak komt mijn tegenstander met een zet die ik niet verwachtte. Zo blijft het een onvoorspelbaar en boeiend spel. Hier dacht ik even over 10. Pxe4, maar ik had mijn gedachten er niet goed bij en wilde complicaties met risico’s en materiaalverlies vermijden en speelde zodoende maar veilig en eenvoudig: 10. Lxe7. En toen komt zwart met een verrassend antwoord: 10…Kxe7? Ik was ervan overtuigd dan zwart mijn loper met zijn dame zou slaan: 10…Dxe7. Wilde zwart op zijn beurt soms complicaties met risico’s vermijden, omdat de koning en dame dan beide op e-lijn staan? Dan wordt 11. Pxe4, Lxe4, 12. Te1 Lc6 natuurlijk wel erg interessant voor wit: 13. exd6! En dat geldt des temeer voor 12…Lxf3, 13. Dxf3 met de dreiging 14. Dxb7 erbij cadeau.

 

De partij vervolgt met 11. Pd5+ Kd7. Dit is dus het risico als je niet op tijd rokeert. Je koning blijft in het midden, is kwetsbaar, wordt al gauw een speelbal van je tegenstander en je koning staat ook nog eens je stukken in de weg. Na 11…Lxd5 volgt 12. Dxd5 met een dubbele aanval op Pe4 en b7. Maar waar moet de zwarte knol naartoe? Dat probleem kan materiaalverlies opleveren. Die tweede aanval: 13. Dxb7 zou ik niet uitvoeren. Zwart heeft 13…Tb8, 14. Dxa6 Txb2 en van beider pionstructuur is op de damevleugel niet veel meer over. En ik vind dat ik zwart teveel spel geef met diens toren op b2 en ik houd liever de touwtjes in handen. 12. Te1 Pc5, 13. exd6 cxd6. Geen 13…Kxd6 natuurlijk, want daar komt gedonder van met een vernietigend aftrekschaak: 14. Pb6+ Pd3 kost meteen een paard: 15. Dxd3+ Kc5 en zwart heeft het moeilijk. En na 14…Ld5 volgt direct mat: 15. Dxd5#. Na de tekstzet heeft wit een prachtige open e-lijn en zwart krijgt een moeilijk te verdedigen geïsoleerde pion op d6. 14. Te7+. Het is natuurlijk heerlijk om zo’n zet te kunnen doen. Wit is oppermachtig. Winst lijkt voor het grijpen te liggen. 14…Kc8, 15. Txf7 wint een pion. Ik verwachtte 15…Tg8 en keek op van 15…g6. Met die zet had ik helemaal geen rekening gehouden. Zo is er telkens weer een zet die je niet ziet. Hebt u dat nou ook?

 

  1. c4. Ik heb hier een behoorlijke tijd over zitten nadenken. Ik wil met mijn dame kunnen manoeuvreren en haar verlossen van de taak om Pd5 te dekken. Op het mogelijke 16…La4 is 17. b3 natuurlijk dé uitkomst en de loper kan het weer op een lopen zetten. 16…Kb8. Ook deze zet heeft me verrast. Zwart bergt de koning nog verder op en verkleint de bewegingsruimte van de toren op a8 nog meer. Ik denk dat zwart deze zet deed om op zijn beurt de handen vrij te hebben om zijn dame te kunnen bewegen waarbij ze de dekking van b6 loslaten. Want ik zat natuurlijk op dat veld te azen om 17. Pb6+ te kunnen spelen met een paardvork: een dubbele aanval op koning en de toren op a8 met kwaliteitswinst na 17…Kb8, 18. Pxa8 Kxa8. Maar zover kwam het dus niet. 17. Dc2 bedoeld om de vier dichtstbijzijnde velden van Pc5 te beheersen en vooral om mijn tweede toren in het spel te kunnen brengen. Ik ben niet zo trots op deze zet, maar zoveel goede alternatieven had ik ook niet. Er werden veel witte velden beheerst door Pc5 terwijl ik het paard geen kans wilde gunnen weg te komen. En tegelijk kon op elk moment Te8 komen, dus mijn dame naar de e-lijn spelen wees ik ook af. 17…Ta7. Zwart gaat een toren in het spel brengen en werkt zichtbaar toe naar torenruil. 18. Te1 b6. Ik dacht aan 18…b5, die zet heeft meer pit. Nu moet de zwarte dame pion b6 blijven dekken. En wit mag natuurlijk niet nemen. Na 19. cxb5 volgt immers 19…Lxd5 en Tf7 hangt. Dan ligt 20. Txa7 Kxa7, 21. bxa6 Kxa6 voor hand. Wit heeft twee pionnen voor het verloren paard en de zwarte stelling is een ravage, maar wie gaat er winnen? Zwart speelt het degelijk. Ik op mijn beurt heb zitten dubben of batterijvorming met 19. Tee7 goed zou zijn. Dan volgt ongetwijfeld 19…Txe7, 20. Txe7 en het resultaat is gelijk als na de tekstzet. En ik besloot het initiatief te behouden: 19. Txa7 Kxa7, 20. Te7+ Kb8.

 

En dan gebeurt er vreselijks! Ik voorzie 21…Te8, 22. Txe8 Dxe8 en wil zodoende allereerst mat achter mijn paaltjes voorkomen en ik gun mijn koning een luchtgaatje met het vluchtveld h2. Ik speel: 21. h3?? Voldaan omdat ik aan mijn plicht heb voldaan om mijn koning veilig te stellen, ga ik even van het bord weg en ik bedenk me. Had ik toch niet beter mijn dame en toren op één lijn moeten zetten? Dan zou mijn dame mijn toren dekken. Dan kon ik 21…Te8 ook elimineren. Moest ik de veiligheid van mijn koning op de langere termijn nu echt de allerhoogste prioriteit geven? Nou, het bedenken van de volgorde der zetten is nogal eens een probleem voor mij. Het wordt volgens mij ook wel rekenwerk genoemd. Ik bedenk sommige zetten wel, maar dan voer ik ze in een verkeerde volgorde uit. Daar wordt nog aan gewerkt, zeg maar. En dan sta ik wel eens raar te kijken als mijn tegenstander niet zo vriendelijk en soepel blijkt te zijn om de door mij in gedachten voorgestelde gang der zaken te volgen. En het gevaar dat ik al eerder gezien had, maar waarop ik nog niet passend had geacteerd, voltrok zich: 21...Lxc5! Zwart viel twee van mijn twee stukken tegelijk aan: Pd5 en Te7. En mijn paard dekte mijn toren. En mijn pion dekte het paard en mijn dame dekte die pion. Kunt u het nog volgen? Zo stond er een keten van stukken die elkaar dekte, alleen niet wederzijds, maar eenzijdig. Zou er een probleem zijn met de een, dan volgde er een kettingreactie en dan zou het volgende stuk vanzelf ook in de problemen komen. Net als een rij dominostenen waarbij er eentje zijn balans verliest. Schaaktrainer IM Cor van Wijgerden (2430) heeft die fraaie tactiek in Stap 2 zo treffend benoemd: Sla de verdediger. En dat overkwam mij nu: zwart sloeg mijn paard dat mijn aangevallen toren dekte. Het paard stond weliswaar gedekt, maar de dekking van de toren viel acuut weg en werd door de zwarte dame bedreigd. Zwart stelde mij voor de keuze: de loper slaan of de toren naar een veilig veld verplaatsen? Ik koos voor de toren: 22. Te3. Bij het naspelen zag ik dat ik nog een optie had: 22. Txh7 Txh7, 23. cxd5 en misschien 24. Dxg6, maar of dat me echt verder zou hebben geholpen? Ik zou vanwege onzekerheid hier niet zo gauw voor gekozen hebben, maar mogelijk zou het de schade toch enigszins beperken.

De partij ging verder met 22…Lxf3. Zwart doet precies wat hij in deze situatie het beste kan doen: stukken afruilen zodat zijn voorsprong steeds manifester wordt. Ik ben nu aan zijn wil overgeleverd en ik voel het initiatief en daarmee mijn winstkansen uit mijn handen glijden. Zeg maar gerust: stromen, want dit is ineens een verloren spel geworden. 23. Txf3 Tf8. Terecht dringt zwart op torenruil aan. Ik moet het zien te ontlopen, maar het is vechten tegen de bierkaai. Weet u trouwens waar dat gezegde vandaag komt? Je kon maar beter niet gaan vechten tegen de arbeiders die zware tonnen bier sjouwden, want dat waren sterke kerels. Je zou die strijd geheid verliezen. 24. De2 Txf3, 25. Dxf3 De7, 26. Kh2. Ik beeld mezelf in dat mijn koning een veilig veld heeft gevonden, want ik verwacht 26…De1+. Achteraf gezien was 26. Kf1 dan een betere zet geweest, maar mijn motivatie had mij verlaten en ik stelde verlies voor de vorm nog even uit. 26…a5. Ik weet niet wat zwart hiermee wilde bereiken. Ik zag wel dat c6 een mooi veld voor mijn dame was, maar wat kon ik daar voor schade aanrichten? Ka7 is snel gezet. 27. a3 Dc7. En de kans op Dc6 was verkeken. Ik doorzag de eenvoudige aftrekaanval 28…d5+ wel en overwoog 28. Dd5 en eventueel 29. Dg8+, maar ik had gewoonweg te weinig materiaal om iets serieus te ondernemen.

 

  1. b4, axb4, 29. axb4 Pd7, 30. Df4? Ik dek c4 en ik pen d6 maar, hiermee maak ik het zwart alleen maar makkelijker. Herkent u dat, dat als het eenmaal tegenzit, dat er geen houden meer aan is? 30… d5. Daar is de aftrekaanval die ik net bedoelde. Alleen is er geen schaak, want ik plaatste mijn dame ertussen. Maar ik schiet er niets mee op. 31. Dxc7+ Kxc7, 32. cxd5 Kd6. Ik vroeg aan de heer Smit of hij het verder wel af kon maken en dat bevestigde hij. En ik wist dat hij gelijk had. Ik gaf het daarom op. Daarop gaf ik hem de hand en ik feliciteerde hem met zijn winst. 0-1.

 

Zo kwam zwart in de problemen door zijn koning in het midden te laten staan in plaats van bijtijds te rokeren. En wit maakt zijn mooie stelling verliezend door een moment van onoplettendheid. Dat was na zo’n twee uur schaken, dan is het ook geen wonder dat de aandacht wat verflauwt. It’s all in the game.

 

Ik was weer laat klaar. Twee andere spelers uit ons team van vier verloren ook en er kwam bij het vierde teamlid, aan bord 1 na lang spelen tenminste nog één remise uit, zodat de bedroevende uitslag: 0,5-3,5 was. Na de zomerstop gewoon lekker fris opnieuw beginnen. Het blijft toch een leuk spelletje…

 Bobak schaakanalyse;

Twee weken geleden liet Bobak, een opening zien, met een geweldige Dame offer. Hieronder de afbeelding met daarbij de notatie en eindpositie. Interessant om na te spelen.

1

 

Jan Timman;

Om de simultaan goed te laten verlopen, hebben zich de onderstaande vrijwilligers opgegeven.

Botwinnik – Levenfisch 1937

De bespreker besproken

Hans Bouwmeester

Edward Winter is een Amerikaanse schaakhistoricus die in Lausanne woont. Hij schrijft regelmatig in New in Chess en heeft enkele mooie boeken op zijn naam staan. Ik beschouw hem als een autoriteit en zijn Capablanca-boek vind ik een meesterwerk.

Onlangs ging Winter in het helaas ter ziele gegane Inside Chess eens in op een aantal recensies van zijn laatste boeken. Eén daarvan was van Hans Ree, toch een man met kennis van zaken waar het ons schaakspel betreft en tevens een stilist van klasse. In het verleden heb ik niettemin Ree meermalen kunnen betrappen op onjuist citeren en ook wel eens op het maken van goedkope grappen om de lachers op zijn hand te krijgen. Dat vind ik altijd jammer, want als onze beste schaakschrijvers zich zoiets permitteren, wat moeten wij dan verwachten van de zo talrijke ‘minor poets’?

Winter heeft de moed opgebracht om zijn besprekers van repliek te dienen. Dat is gevaarlijk want vaak ontaardt zoiets in een polemiek, waarbij het ene kwade woord het andere uithaalt. Hij besluit zijn ontboezeming met een zin die elke boekbespreker boven zijn bed zou moeten hangen: “Wat is het gemakkelijk om een boekbespreker te zijn en wat is het uitermate moeilijk om een goede boekbespreker te zijn.”

Op mijn schrijftafel liggen sinds enkele weken twee prachtige nieuwe schaakboeken. Het eerste heet Vergeten Schaakgiganten en is geschreven door de Friese schaakjournalist Siep Postma. De titel spreekt voor zichzelf en de auteur zegt in zijn voorwoord “Het moest gaan om boeiende, soms tragische, kleurrijke, maar altijd sympathieke figuren.” In ons Schaakmagazine is deze zin vrijwel de enige waar de hoofdredacteur op in gaat en meldt: “Jammer, die etterige saaie boekhouder, die altijd de sterren van de hemel speelde, kwam dus helaas niet in aanmerking.” Een mager grapje dus, dat wellicht een geestelijke hongerkunstenaar weken op krachten kan houden, maar dat in feite niet ter zake is. Op de kwaliteiten van het boek gaat de bespreker vrijwel niet in.

Welnu, ik vind het een prachtig boek. Zowel de auteur als de uitgever heeft hier een prestatie van formaat geleverd. Zij deden dat beiden uit liefde voor het schaakspel, want in het algemeen is aan schaakboeken weinig te verdienen. Postma heeft ontzaglijk veel speurwerk moeten verrichten naar partijen, analyses en biografische gegevens. Tussen Kieseritzky en Mecking is er veel gebeurd in de schaakwereld dat in vergetelheid is geraakt en nu opnieuw tot leven is gewekt.

2

Eén hoofdstuk gaat over Gregory Levenfisch, een Russische schaakmeester (hier links in beeld) die leefde van 1889 tot 1961. Ik zag hem tijdens de Olympiade van Moskou in 1956, waar hij als toeschouwer in de zaal zat. De Sowjet-schaakmeesters van toen spraken met groot respect over hem. Tot dusver wist ik in feite weinig van hem; hij had nog in Karlsbad 1911 meegedaan en in 1937 een match met de 26-jarige Botwinnik gelijk gespeeld. De grote Misha schrijft in zijn memoires een beetje grimmig over deze tweekamp, maar voor mijn gevoel waren de partijen gemiddeld van goede kwaliteit. In de Russische partijverzameling van Levenfisch, die in 1967 verscheen, kan men er een aantal terugvinden. In het laatste hoofdstuk van Russian Silhouettes, eveneens een schitterende aanwinst voor de schaakliteratuur, schrijft Genna Sosonko een ontroerend portret van deze grote meester uit het alweer verre verleden.

Aan de bundel van Postma ontleen ik de volgende partij, die een goed beeld geeft van de capaciteiten van Levenfisch. Wie de volledige en voortreffelijke analyses hiervan wil zien moet het boek maar kopen, want die laat ik hier achterwege. Hier vind je slechts verkorte aantekeningen bij de partij.

  1. Botwinnik – G. Levenfish
    2e matchpartij, Moskou 1937 (Slavisch; Schlechtervariant)

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pc3 Pf6 4.e3 g6 5.Pf3 Lg7 6.Ld3 O-O 7.O-O e6 8.b3 Pbd7 9.De2 Te8 10.Lb2 b6 Levenfish zelf zegt dat hij afzag van de standaard bevrijdingszet 10… e5 wegens: 10…e5 11.dxe5 Pxe5 12.Pxe5 Txe5 13.cxd5 Pxd5 14.Pe4 Te8 15.Lxg7 Kxg7 16.Db2+ f6 17.Tfd1 Anderen vinden deze stelling best nog wel meevallen.
11.Tad1 Lb7 12.Pe5 Pxe5 13.dxe5 Pd7 14.f4 De7 15.cxd5 exd5 16.e4 d4 17.Pb1 c5 18.Pd2 Volgens Levenfish is Lc4! beter, bijvoorbeeld: 18.Lc4 g5 19.e6! fxe6 20.f5 en wit pion e6, want na
20…Pf8 21.e5 is beslissend.

3

18…g5 19.g3 gxf4 20.gxf4 Kh8 21.Pc4 Tg8 22.Kh1 f6 23.Pd6

4

23…fxe5 24.Pxb7 exf4

.

25.e5! Lxe5 26.b4?! Wil waarschijnlijk zijn slecht staande paard bevrijden met bxc5 bxc5 Pa5, maar Le4 was waarschijnlijk beter: 26.Le4! Pf6 27.Lf3 en paard b7 staat slecht, maar de zwarte pionnen zijn geblokkeerd. 26…Pf6 27.Df3 Pg4! 28.Td2 Tab8 29.Le4
5

29…d3! 30.Dxd3? Analisten zoals Belavenetsj en Joedovitsj stellen dat Tg1 beter is: 30.Tg1 Lxb2 31.Txb2 Pe5 32.Dxf4! c4 33.Tbg2 c3 34.Lxh7! en wit heeft minstens remise.
30…Txb7 31.Lxb7 Dxb7+ 32.Df3 Dxf3+ 33.Txf3 Lxb2 34.Txb2 Pe5! 35.Tf1

6

.

35…Pd3? Vermoedelijk is beter: 35…c4 36.b5 Tg5 37.a4 Kg7 En de koning kan gecentraliseerd worden.
36.Tg2? Wellicht kan Botwinnik de partij kunnen redden met Tc2: 36.Tc2! Pxb4 37.Td2 c4 38.Txf4 c3 39.Td7 c2 40.Tc4
36…c4 37.Tc2 b5 38.a3 f3! 39.Td2 Tg2! 40.Txg2 fxg2+ 41.Kxg2 c3 42.Kf3

0-1

7

Een foto van de wedstrijd tussen Botwinnik (rechts) en Levenfisch (links), die toentertijd (1937) in gelijkspel eindigde …

8

Levenfish, Keres, Botvinnik, Flohr.

 

 

De volgende week is er geen schaak in de Steenen Camer.

Er wordt dan geschaakt met Jan Timman, locatie Arnhemse Boys op de Schuytgraaf

 

Op maandag 3 juni is er weer schaken in de Steenen Camer en geeft Bobak vanaf 19:00 schaakanalyse

 

U bent allen van harte uitgenodigd.