Met dank aan de indeling in onze onderbondklasse, mochten we op maandag 13 november j.l. aantreden voor onze (eerste) thuiswedstrijd, en wel tegen Schaakstad Apeldoorn.

 

Zonder problemen konden we met het voltallige team aantreden in de volgende “verrassende” volgorde:

Bord 6: Peter Koelman:

In een soort Spaanse opening slaagde Peter er op termijn in een licht voordeel te verkregen  (iets betere positie, iets beter stukkenspel), maar leek er verder niet echt uitzicht te zijn op toekomstig vuurwerk (te onzer gunste, dat moge duidelijk zijn!), waarna Peter besloot het halve punt te incasseren.

Op dit moment leek dat een wijs besluit: bord 1, 2 en 3 zagen er remise-achtig uit, bord 4 en 5 leken (zelfs) op een goede stelling c.q. winst af te stevenen. Helaas waren er weer veel beren op de weg, die we eerst hadden moeten schieten alvorens de huid te verkopen en ons zelf rijk te rekenen … .

Voor het gemak behandel ik de rest maar in nummer-volgorde:

Bord 1: Tom Brans:

In een nogal klassiek ogende, damegambietachtige partij (zonder slaan op c4), bereikte ik na lang zwoegen een weliswaar door mij gewenste (iets) betere stelling, maar was het nog maar zeer de vraag of dit ook daadwerkelijk in winst zou kunnen worden omgezet. Ook hier dus een half punt.

Bord 2: Jeroen Kruiver:

Jeroen speelde een scherp soort Caro-Kann, die ik hierbij voor het eerst op het bord zag (maar mijn ervaring is niet maatgevend, ik mis wel eens vaker bepaalde (nieuwe) ontwikkelingen …. .). Na de nodige “verwikkelingen” rolde hier alsnog een remise uit de bus.

Bord 3: Stephan Antonijevic:

Aanvankelijk leek Stephan hier het betere spel te krijgen, maar (ook) hier rolde toch al vrij snel een remise uit de bus. Zijn degelijk spel bracht ons hier (al) op 1,5 punten.

Bord 4: René Reulink:

Gaandeweg tijdens de partij zag ik voor René een steeds betere stelling op het bord verschijnen, totdat hij dacht: “Ik kan toch rustig mijn koning in een toren-penning laten staan?!” Helaas, dat bleek iets teveel gevraagd van Zijne Majesteit, en dus belandde hij in navolging van een zekere Franse koning (Lodewijk XVI) op het schavot … . Hier rolde het punt dus naar onze tegenstander.

Bord 5: Ad Braam:

In een scherp opgezette partij huldigde Ad de terechte opvatting dat de aanval de beste verdediging is. Helaas kreeg de aanvalsmotor ergens onderweg de nodige panne, en aangezien het Wegenwachtlidmaatschap (nog) niet geldig is op de 64 velden, moest Ad na de nodige tegenacties van zijn tegenstander eervol de vlag strijken.

Al met al viel het resultaat dus enigszins tegen, wat overigens de waarheid van het gezegde dat een “balletje raar kan rollen” maar weer eens bewijst ….. .

Vervolgens togen wij op dinsdag 12 december (na één week uitstel: oorspronkelijke speeldatum was 5 december, maar degene die deze datum had gepland was òf erg jong, of had last van een “black-out” – en anders had de welbekende Goedheiligman deze persoon vast nog wel even tot de orde geroepen …. .) naar Twello, om aldaar tegen het tweede team aan te mogen treden. Gelukkig waren de wegen inmiddels weer redelijk begaanbaar, dus kwamen we zonder problemen op de plaats van bestemming (een knus, oer-Hollands hotel, met zo’n prachtige foto-eregalerij van (vergane) Oranje-glorie en een gedicht van P.C.Boutens op de verloving van Juliana met Bernhard. Toen ik dat las, begon ik spontaan allerlei Polygoon-filmbeelden te zien en de bijbehorende commentaarstem te horen. Opeens voelde ik me erg oud, alsof ik de 100 jaar gepasseerd was …. .

Enfin, over tot de orde van de dag – sorry, avond: we zij hier gekomen om de degens te kruisen, en zullen dat dus ook gaan doen!

Voor het welbekende gemak houdt ik maar weer de bordvolgorde aan:

Bord 1: Jeroen Kruiver:

Het klassieke maar o zo schitterende Koningsgambiet pakte ditmaal voor Jeroen’s tegenspeler erg slecht uit. Zonder grote problemen voerde Jeroen de druk op, offerde nog een toren en een paard voor een matnet en het eerste punt(je) was dus een feit .... .

Bord 2: Tom Brans:

In een scherp opgezette Siciliaan (en dan vooral op de Dame-vleugel) raakte mijn tegenspeler het spoor en een pion bijster (welke hij ook nimmermeer heeft terug gezien.). Wel schijn ik het mezelf volgens mijn rechterbuurman nog erg moeilijk te hebben gemaakt (moeilijker dan niodig was in elk geval), maar uiteindelijk bleven er drie zwarte pionnen + koning tegen koning alleen over, en was ook hier de winst een feit.

Bord 3: René Reulink:

René mocht aantreden tegen een (letterlijk !) oude bekende van mij: Stef Boog, die jarenlang bij o.a. Pallas heeft gespeeld. Stef kwam rustig aangetreden met zijn rollator, en gaf het begrip “rollatorschaak” met zijn scherpe spel een geheel verrassende inhoud. Na de kwaliteitswinst nam hij René steeds steviger in de tang, en onder deze toenemende druk ging René, heldhaftig strijdend als een oud-Griekse held, eervol tenonder …. .

Bord 4: Ad Braam:

Net als in zijn vorige externe partij verkreeg Ad opnieuw voordeel – en ditmaal liet hij zich niet verrassen, maar haalde hij de buit gewoon binnen. Het eerste match-punt is nu een feit …. .

Bord 5: Bram Hamers:

Invallend voor de ziek geworden Stephan voltooide hij keurig zijn ontwikkeling. En toen kreeg zijn tegenstander het blijkbaar op diens heupen, want Bram werd vanaf dat moment door een massale, vernietigende aanval van de zwarte stukken overspoeld en al snel weggevaagd …. . Er werd hem daarbij zelfs niet het kleinste kansje op verdediging gegund …. .

Bord 6: Peter Koelman:

Aanvankelijk zag het er naar uit, dat deze remise-achtige stelling ook daadwerkelijk in remise zou eindigen (hoera! Dat betekent winst!), maar helaas was een kleine struikelpartij voldoende voor de tegenstander om de buit binnen te halen.

Aldus kwamen wij uit op een eindstand van 3 – 3, wat in elk geval betekent dat wij van de “0” verlost zijn …. .

Voor de liefhebbers van de komende Feestdagen: alvast een Gezond en Gelukkig 2018 toegewenst, en natuurlijk óók veel schaakvreugde en schaakwinst(en) …. .